“We moeten niet klagen over de regen, maar blij zijn dat we onderdak hebben om naar de regen te kijken.”
Regen. Ik heb er een ware haat-liefdeverhouding mee en ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat menig Nederlander die met me deelt. Als het grauw is, je de waterkou voelt en er ook nog eens doorheen moet omdat je niets in huis hebt of naar je werk moet, vervloeken we hem.
Maar vandaag hou ik ervan. Ik typ deze blog achter mijn laptop, aan mijn keukentafel waarop onnodig veel kaarsen staan te branden. Het is de eerste ‘herfstachtige’ ochtend van het jaar maar ondanks het pas 17 augustus is (hallo Nederland) geeft het me een gevoel van warmte, romantiek en zelfs van enorme luxe.
Dat laatste heb ik mezelf in de loop der jaren wel aangeleerd. Want uit veel situaties waarover we klagen, valt een luxe belevenis te halen. Natuurlijk zijn er tragisch genoeg een hoop uitzonderingen waarin mensen niets te kiezen hebben en niets kunnen of willen romantiseren. Dat voel ik heus. Maar in mijn eigen leven probeer ik alles waarover ik klaag, en dat is nogal wat, na een aantal minuten weer wat glans te geven. Soms vanuit mijn hart, maar soms ook heel geforceerd. Want ook ik vind het weleens een enorme uitdaging om iets moois uit een vervelende situatie te halen. Maar wanneer ik na: “Oké, ik kan even niets bedenken wat deze situatie beter maakt” toch nog iets dieper graaf, is er vaak wel iets te vinden.
En hoe vaker ik dat doe, hoe makkelijker het me na verloop van tijd afgaat. Juist op de momenten waarop positief denken níét vanzelf gaat, valt er iets te oefenen. Dus: hoe meer effort, hoe meer effect. Herhalen helpt om deze manier van denken steeds iets gewoner te maken.
Hieronder geef ik je drie manieren om te relativeren. Probeer ze eens uit en ontdek welke manier van relativeren voor jou lekker werkt.
Manier 1: “Maar kijk eens wat we wél hebben.”
Bij deze manier richt je je aandacht op wat er, ondanks je gemopper, wél is.
Ik heb echt geen zin om te koken.
→ Er zijn mensen die van deze ingrediënten een halve maand moeten eten, terwijl ik er een lekker geheel van mag maken. Best luxe.Moet ik me nou helemaal gaan opmaken voor dat ene uurtje op die verjaardag?
→ Ik heb de middelen om mezelf op te tutten en er zijn blijkbaar mensen die hun belangrijke dagen graag met me delen. Best mooi.Manier 2: Koppel iets vervelends aan iets fijns.
Hier kijk je niet alleen naar wat er al is, maar voeg je bewust iets toe waar je wél zin in hebt.
Moet ik echt al opstaan of zal ik nog een keer snoozen?
→ Als ik nu opsta, heb ik meer tijd en kan ik een lekkere cappu maken om tijdens het klaarmaken op te drinken.Ik heb zo weinig zin om door dit weer naar de AH te gaan.
→ Als ik nu gelijk ga, haal ik de LINDA voor mezelf en ga ik na het opruimen van de boodschappen lekker even lezen in een warm bad.Manier 3: Gaat het hiervan beter worden?
Ik heb zo geen zin om maandag weer te werken.
→ Als ik dit hardop uitspreek, gaat het dan beter worden? Hoef ik dan maandag niet te werken? Brengt het me ergens? Nee. Dus benoem iets anders wat óók waar is: “Ik heb nu al zin om straks na mijn werk weer lekker thuis te komen.”Gaan we nu weer bij je ouders eten?
→ Als ik dit hardop uitspreek, gaat het dan leuker worden? Wordt de sfeer hier beter van? Brengt het me iets? Nee. Dus benoem iets anders wat óók waar is: “Lekker eigenlijk, een avondje niet zelf koken.”Ik wil hiermee niet zeggen dat je alles wat zwaar voelt direct positief moet benaderen. Het mag af en toe zeker even helemaal shit zijn. Dat is oké. Als jij op een legoblokje gaat staan, hoef je echt niet te denken: “O, wat een luxe dat ik de middelen heb om LEGO voor mijn kinderen te kopen en erop mag staan.” Nee hoor, vertel dat fucking legoblokje maar wat je ervan vindt. Laat alleen niet je hele dag erdoor beïnvloeden. Herpak jezelf op tijd, zodat je geen tijd verdoet aan een legoblokje dat de volgende keer echt niet speciaal voor jou uit je looproute gaat liggen.
Wees boos omdat je erop bent gaan staan, maar realiseer je na een paar minuten ook dat je het eigenlijk best goed hebt als dit alles is waar je op dat moment zo kwaad om bent. Dan valt het uiteindelijk wel mee.
Wees boos op je wekker als hij gaat, maar realiseer je dat die wekker je de kans geeft om weer een hele dag te leven en dat je vanavond weer precies op diezelfde plek in bed terugkomt.
Raak geïrriteerd wanneer je man het vuilnis wéér niet heeft weggebracht, maar blijf er niet in hangen. Wees blij dat er iemand in huis is aan wie je je af en toe mag irriteren.
Wees verdrietig omdat je ergens afscheid van moet nemen, maar wees je er na een tijdje ook van bewust dat het wél een hele fase deel van je leven is geweest. Koester wat die fase je heeft gebracht.
Dat ‘omdenken’ hoeft niet direct, maar misschien lukt het op een later moment wel. Opmerken, voelen (of vloeken), korte metten ermee maken en door met de dag. Relativeren dus. Try it out!Probeer jezelf er de komende dagen op te betrappen wanneer je een negatieve gedachte hebt. Kies vervolgens manier 1, 2 of 3 en kijk of die je helpt om net wat anders naar de situatie te kijken.
Schrijf het eventueel op. Opschrijven kan helpen om bewuster stil te staan bij wat er gebeurt en om je nieuwe reactie beter te onthouden.
Accepteer dat het de ene keer sneller en makkelijker gaat dan de andere keer, maar blijf. het. doen.
Succes!
Relativeren
|Lisa van den Heuvel
0 reacties